Alle dagen seksisme

Donderdag 4 september 2014, op een grauwe ochtend om iets na 10 ben ik onderweg naar het werk, in het Noordstation

Ik stap van de bus en steek zoals gewoonlijk mijn hand op naar de buschauffeur. Net zoals ik bij het opstappen goeiemorgen en bedankt heb gezegd. Ik ben ervan overtuigd dat dat een lichtje in iemands ochtend kan zijn. Iemand die even erkenning toont, weet dat er een persoon achter dat grote stuur, naast het ticketmachientje zit. We zouden nog vergeten dat zo’n bus niet vanzelf van punt A naar punt B rijdt. “Goeiemorgen.” En ik bedoel daarmee “Zalig dat ik mijzelf met mijn ochtendkop niet elke dag op mijn fiets in het Brusselse verkeer moet wagen. Dat ik als ik dat wil ook gewoon op een bus kan stappen en even later en iets wakkerder veilig op het werk aankom. Merci.”. Meestal blijven er tegen de halte Noordstation niet veel passagiers meer over, elke morgen de perfecte gelegenheid voor een duidelijk danku-handgebaar.

Dus ik stap van de bus en wandel richting uitgang, bedenkend dat ik voor de honger nog iets ga halen bij de snack. Hmm koffiekoek, op naar een koffiekoek.

Ik had hen bijna niet opgemerkt in mijn doezelige honger, maar op een bepaalde manier voelt ge dat soort aanwezigheid al vanop vijftien meter afstand. Vier hoofden die uw richting uit draaien en acht ogen die sans gêne heel uw lichaam scannen. Ze staan aan weerskanten van de stoep, dat stuk stoep waar ik voorbij moet want… Hmm, zo zin in een koffiekoek.
Bovendien is het 10 uur ‘s morgens op een donderdag en we zijn aan  de bushaltes, niet meteen een uur of locatie om u zorgen bij te gaan maken.

Bon, die blikken voelen, dat is onaangenaam. Sowieso al van één man en al helemaal van vier mannen waar ge tussendoor moet. Mijn radar springt ondanks mijn ochtendwaas aan, mijn alertheid stijgt en ik bereken de risico’s van mijn gekozen route richting chocoladekoek. Intussen ben ik al vijf stappen dichter bij de mannen. Een bus staat geparkeerd rechts van mij, de stationsmuur aan mijn linkerzijde. Gewoon doorstappen, we zijn hier naar alle waarschijnlijkheid gewoon veilig. Op een zo natuurlijk mogelijke wijze omkeren à la “Oei ik heb mij vergist van richting.” is een strategie die niet voorbehouden is voor een plek waar ik elke morgen passeer en zeker niet voor wanneer ik honger heb. Bovendien ben ik al binnen aanspreekafstand, er is geen ontwijken meer aan.

Terwijl mijn botten takken op de stoep is het van dattum, een van de mannen declameert smakelijk ‘Amai… Dat is hier wel wat anders’. Terwijl zijn blik tegen mijn lijf aanplakt en ik nog steeds vijf hakketakken van hun verwijderd ben slaak ik bij het horen van die opmerking een zucht en neem nog eens diep adem. Hier gaan we, vleeskeuring.

tak – tak – tak – tak – tak

“Ja, ja, en toen was het stil”, vergezeld, ongetwijfeld, door een vettige grimas en met een slinkse blik richting zijn drie kompanen, zoekend naar erkenning van zijn naar mijn inschatting belachelijk fragiel ego op mijn kap, of liever, om mijn benen. Het is inderdaad al vijftien meter stappen stil in het groepje.
Hij zei dat voor alle duidelijkheid niet subtiel tegen de man die naast hem stond, net zoals ook de voorgaande opmerking ongetwijfeld voor mijn oren bestemd was. Met volume en sappigheid. (Om sommigen voor te zijn: Dat dat een onschuldig compliment zou moeten voorstellen is ridicuul, bovendien is een compliment op straat nooit een compliment. In mijn perceptie is uw gedrag potsierlijk en ongepast, beste man die ik van haar noch pluim ken). Ik loop ondanks mijn brandende ontluikende woede gewoon op hetzelfde tempo tussen de keurslagers door en draai een meter verder achter een bus af, het zebrapad op.

Het hoekje om hoor ik hem de handen in elkaar slaan en zeggen “En nu tijd voor de puntentelling!”. Die woorden schieten langs mijn oren rechtstreeks een sidderende rugrilling in. Als ik al kwaad was ben ik nu ronduid ziedend.

Ik kook. Ik bereken opnieuw en stop in mijn passen in het midden van het zebrapad. Eén van de mannen staat als ik mij omdraai nog net in mijn vizier. Ik kijk hem recht aan en zeg “Zijt gelle nu sérieus?”. Een schaapachtige blik kruist de mijne. Het zou optimistisch zijn te denken dat er in die blik een greintje van verontschuldiging zou zitten.
Hoe graag ik op dat moment zou terug gelopen zijn om alle vier die mannen hun vet te geven. Waarom gebeurt dit? Op welke manier valt dit gedoe nog te verantwoorden? Waar is jullie schaamte? Hoe kan het dat jullie niet door hebben dat dit mij kwaad, nee, woest maakt? En ook: Hoe kan het dat er mensen zijn die zich hierin onschuldig voelen omdat zij zwijgende bijstaander zijn? Tegen die bijstaanders wou ik brullen dat ze godverdomme even erg zijn als die egotrippende neanderthaler die mij zo giftig toegeroepen had. Aan die vent is vermoedelijk nog maar weinig te doen. Punt. Zulke types die hun nood aan bevestiging voeden door vrouwen te staan keuren tijdens een rookpauze, daar wil ik mij niet eens meer toe richten, zoek het zelf uit.

Die bijstaanders daarentegen. Trek verdomme jullie mond open.

Ik liep niet terug en ik brulde niet. Als ik dat had gedaan was er een hele grote kans dat dat tot groot jolijt van die vent zou geweest zijn. En geef toe, ook die zwijgende mannen zouden in die situatie waarschijnlijk hebben meegelachen. Niets grappiger dan een of andere dees die ‘niet eens tegen een complimentje kan’, toch? Misschien zou berouw voor dat onnozel meelopen snel volgen, thans dat zou ik hopen. Meelopen was  in de lagere school eigenlijk al niet echt cool, dat is niet anders voor volwassenen.
Maar dus, als jullie nu eens zouden beginnen met die vleeskeuring niet te onthalen met gelach en geknik, maar met de afkeuring die dat soort gedrag verdient… Als jullie mij nu eens zouden beschouwen als een persoon en niet louter als ‘wat er deze morgen tijdens de pauze voorbij paradeerde’. Dat was ook mijn ochtend, ik verdien het ook op mijn gemak naar het werk te kunnen gaan, ik hoef geen extra obstakels.

Ik liep verder, zo wat op automatische piloot de snack in. Pas toen ik de schuifdeur achter mij hoorde sluiten besefte ik hoe kwaad ik er uit moet hebben gezien. Ik ontspande mijn gezicht. Diep inademen, afkoelen, uitademen… Ik zocht naar mijzelf buiten de woede om en vond uiteindelijk ergens toch nog een glimlach en een goedemorgen terug, voor de kassier die mij vriendelijk bediende.

Die hele voormiddag heb ik binnenin gesudderd. Mijn best gedaan om dat gif niet te hard te laten inwerken. Die woede, lelijk, oprecht en aanwezig maakte het moeilijk om niet te bijten en te snauwen gedurende de rest van de dag.

Het maakte het ook niet evident om goeie avond en bedankt te zeggen tegen mijn buschauffeur toen ik van het werk weer huiswaarts keerde. Wat als hij een van die vier pauzerende chauffeurs van vanmorgen was? Zijn sigaretje opleukend met mijn lichaam alsof het voor hem om te keuren is? Ik heb hun gezichten niet bekeken bij het voorbij wandelen. Geen nood aan, geen zin in, reflex. Veiliger ook.

In de volgende dagen heb ik er over na gedacht of en hoe ik hier iets over zou kunnen schrijven. Misschien zou het dan toch de oren van die mannen bereiken. Die vier mannen, mannen die deel uitmaken van de groep die binnen onze samenleving met grote voorsprong nog steeds de luidste stem draagt, doorsnee mannen tussen de dertig en de vijftig, blank, naar waarschijnlijkheid hetero. Zij ontspringen de dans van de discriminatie zo veel makkelijker dan anderen. (Ik wil niet veralgemenen, maar wou dit wel even stipuleren, hoe veel mensen hadden zich effectief vier oervlaamse, werkende veertigers aan de bushalte voorgesteld?)

Ik geloof dat deze mannen zich te weinig bewust zijn van het feit dat zij wel degelijk deel uitmaken van het probleem. En nog minder van het feit dat zij dus ook de oplossing kunnen zijn. Met het in stand houden en normaliseren van dit soort gedrag doen we niemand een plezier.

Dit is een verhaal over ‘alledaags’ seksisme. Dit is waarom ik, en ik veronderstel veel vrouwen met mij, niet van mijn stoel viel toen ik las dat een studie had uitgewezen dat seksisme door het leeuwendeel van de ondervraagde vrouwen als dagelijkse kost wordt geslikt. Ik vond het zelfs gek dat dat ‘nieuws’ was. Tot ik bedacht dat dat misschien voor de helft van de bevolking echt onbekend terrein is, geen deel van hun leefwereld.
Seksisme is hier gewoon echt ‘normaal’. Als ik elke morgen zou opstaan met de veronderstelling dat ik niet met seksisme geconfronteerd zou worden, zou ik de hele dag van de ene verbazing in de andere vallen.

Wij overdrijven niet, als ik als zesentwintigjarige vrouw geflankeerd wordt door vier vijftien-à-twintig jaar oudere mannen in uniform (een uniform dat  hoort te verzekeren dat iemand veilig is in jullie handen overigens, zak nog maar wat dieper in jullie schaamte), dan is dat een bedreigende situatie. Dat voelt niet alleen zo. Er is niets zo gevaarlijk voor een vrouw als het ingaan tegen het wankele ego van bepaalde mannen. Dat is waarom wij niet zomaar terug roepen of een middenvinger opsteken (ter uwer informatie).

Dat terzijde zie ik geen reden tot wanhoop. We hebben al een lange weg afgelegd als het gaat over sociale, politieke en economische gelijkheid van genders, hij is gewoon echt nog niet ten einde. En dat betekent trouwens niet dat er een verbod hoort te komen op hoffelijkheid of op eender welke uiting van vriendelijkheid op straat. Als iedereen voor iedereen hoffelijk en vriendelijk zou zijn en aandacht zou hebben voor elkaars grenzen en wensen gaan we gewoon nog verder vooruit.

Chivalry is not dead beste mannen, maar chivalry is ook een andere man op zijn walgelijk gedrag kunnen wijzen.

Bij deze nodig ik u dus uit samen verder te lopen. Het gaat voor ons allemaal nog schoner zijn, ik zweer het. En trek intussen diegene die vastgeroest zit in zijn machismo van zijn stoel, die heeft allicht nog meer deugd van een zetje in de goede richting. Schud de mensen rondom u wakker (beste vrouwen, dat geldt ook voor jullie). Vrouwen, mannen, jongeren, kinderen… We zullen van iets anders dagelijkse kost moeten maken. Dat gaat ons allemaal deugd doen.

Noot: Mijn goeiemorgens zijn snel terug gekomen. En ik betwijfel dat ik zulke opmerkingen zou gekregen hebben van een buschauffeur die mij had herkend.  Waar ik met mijn ochtendkop dankbaar goeiemorgen tegen had gezegd. Maar dat zou eigenlijk nooit een voorwaarde mogen zijn om mij als een volwaardig persoon rustig te laten voorbij wandelen.

One thought on “Alle dagen seksisme”

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s